Stichting VvE Belang | Postbus 210 | 4900 AE Oosterhout | tel: 0900 2020510 (10cpm)
HomeHome

Reservefonds toch in Box 3.

Regelmatig wordt aan ons de vraag gesteld of het aandeel van een appartementseigenaar in het reservefonds, sinds mei 2008 voor iedere VvE een verplichting, opgegeven moet worden aan de belastingdienst. In oktober 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat het antwoord daarop bevestigend is. Op 10 juni van dit jaar heeft de (demissionair) minister van Financiën nogmaals aangegeven in een samenvoeging van een aantal besluiten dat het aandeel in het reservefonds in Box 3 opgegeven dient te worden.

Toch verschijnen er met enige regelmaat uitspraken over het aandeel in het reservefonds en het al dan niet opgeven van dat aandeel aan de belastingdienst. Zo ook op 13 augustus 2010, een uitspraak van ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad (LJN BL7268). De vraag die de Hoge Raad voorgelegd kreeg, was of het aandeel van het reservefonds opgegeven moest worden in Box 3 als onderdeel van het eigen vermogen waarover een rendementsheffing wordt geheven of dat het onderdeel is van de eigen woning waardoor het in Box 1 moet worden opgegeven en mede bepalend is voor het eigen woning forfait.

In februari 2010 had de Procureur-Generaal aan de Hoge Raad in deze kwestie geadviseerd om het reservefonds aan te merken als een onlosmakelijk onderdeel van het appartementsrecht, waardoor het onderdeel is van de eigen woning en derhalve in Box 1 opgegeven dient te worden.

Echter kiest de Hoge Raad voor een andere benadering. Het rechtscollege stelt vast dat het lidmaatschap van een VvE en een appartementsrecht weliswaar aan elkaar verbonden zijn -bij de koop van een appartementsrecht wordt je van rechtwege lid van de VvE en bij verkoop houdt dat lidmaatschap van rechtswege op- maar dat het twee aparte juridische rechtsfiguren zijn. Oftewel, het appartement en het lidmaatschap van de VvE zijn twee losse zaken. Omdat het afzonderlijk te onderscheiden lidmaatschap van de VvE niet kan worden aangemerkt als onderdeel van (een gedeelte) van het gebouw is het daarmee dus ook niet een element van de eigen woning.

Vervolgens wordt door de Hoge Raad een vergelijking gemaakt met het waarderingsstelsel bij de WOZ. Op grond van dit waarderingsstelsel wordt sinds jaar en dag voor de bepaling van de WOZ-waarde van een appartementsrecht het reservefonds buiten beschouwing gelaten, omdat ook hier -kort gezegd- een reserve voor onderhoud niet wordt aangemerkt als waarde van de onroerende zaak zelf.

Tot slot overweegt de Hoge Raad nog dat een systematiek waarbij het reservefonds van een VvE niet als onderdeel van het appartementsrecht zelf wordt gezien ook in overeenstemming is met het opbouwen van spaartegoeden voor toekomstig onderhoud bij andere vormen van (grondgebonden) huiseigendom, zoals rijtjeshuizen. Ook bij de grondgebonden eigen woning wordt een spaartegoed voor toekomstig onderhoud belast in Box 3 als eigen vermogen en niet meegerekend bij de bepaling van de waarde van de eigen woning in Box 1.

De Hoge Raad trekt dan ook de volgende conclusie. Het lidmaatschapsrecht van een VvE wordt niet aangemerkt als (element van) een eigen woning. Wel vertegenwoordigt dit lidmaatschapsrecht een bepaalde economische waarde, een zogeheten vermogensrecht. Daardoor is een eigenaar verplicht dit op te geven als een vermogensrecht in Box 3. Enige verzachtende omstandigheid in deze is dat bij de vermogensrendementsheffing in Box 3 een vrijstelling bestaat van om en nabij de 20.000 euro per belastingplichtige. Veel appartementseigenaars komen het aandeel in het reservefonds meegerekend niet tot het maximum van deze vrijstelling.

Onze directeur vindt deze uitspraak onbegrijpelijk. Het lidmaatschap van de VvE en het zijn van appartementseigenaar zijn niet los van elkaar te zien, omdat ze door de wet aan elkaar gekoppeld zijn. Tevens is de VvE en dus de appartementseigenaar verplicht bij te dragen in het reservefonds voor toekomstig onderhoud. Dit aandeel wordt bij verkoop niet uitgekeerd, de eigenaar verliest daarover de zeggenschap omdat het reservefonds behoort tot de middelen van de VvE. Bovendien is vaak bij verkoop de hoogte van het reservefonds mede bepalend voor de waarde van het appartementsrecht. Een goed gevulde pot is waardevermeerderend voor een appartementsrecht omdat daardoor onderhoud verzekerd is en de nieuwe eigenaar niet voor verrassingen komt te staan.

In tegenstelling tot een spaartegoed bij een grondgebonden woning die tot de vrije beschikking van de woningeigenaar staat en dus ook aangewend kan worden voor de vakantie naar Nieuw-Zeeland in plaats dat er onderhoud voor gepleegd wordt kan bij een VvE het spaartegoed alleen aangewend worden voor het doel waarvoor het gevormd is, te weten (toekomstig) onderhoud.

Eigenlijk zou dit aandeel in het reservefonds helemaal niet opgegeven moeten worden door de individuele appartementseigenaars aan de belastingdienst, immers behoort het geld tot de middelen van de VvE en kunnen de eigenaars er niet zelfstandig over beschikken. De minister, de fiscus en nu ook de Hoge Raad laten allemaal kansen liggen om aan te tonen dat zij het sparen voor het onderhoud van een appartementencomplex belangrijk vinden en willen stimuleren, mede door daar geen (extra) belasting over te heffen. Het sparen voor onderhoud zou aangemoedigd kunnen worden door dit vrij te stellen van welke vorm van belasting dan ook, waardoor de appartementseigenaars positief gestimuleerd zouden worden om te sparen voor toekomstige onderhoudsuitgaven!