De antwoorden van minister Boekholt-O’Sullivan op Kamervragen van het ChristenUnie‑Kamerlid Grinwis die op 24 maart 2026 werden gepubliceerd 2026-0000134106 over onderhoud en verduurzaming bij VvE’s, stemmen weinig hoopvol. Hoewel de minister erkent dat veel VvE’s te maken hebben met achterstallig onderhoud en beperkte financiële slagkracht, blijft het bij een opsomming van de status quo en blijft verruiming van regelingen en extra ondersteuning grotendeels uit.
Weinig beweging richting ruimere financiering
In haar beantwoording geeft de minister aan de problemen wel te zien, maar er worden geen stappen gezet om financieringsmogelijkheden voor VvE’s te verbeteren. Zo erkent zij dat veel VvE’s onvoldoende reserveren en dat groot onderhoud vaak een voorwaarde is voor verduurzaming en omgekeerd. Echter het wordt aan het Nationaal Warmtefonds zelf gelaten om verdere maatregelen te treffen op primair op het broodnodig onderhoud. Gelukkig is het Warmtefonds hier wel mee bezig. De minister verwacht dat het fonds dit jaar mogelijk ook onderhoud kan financieren. Daarmee blijft de onzekerheid voor duizenden VvE’s bestaan. Ook voor kleinere VvE’s is er weinig perspectief. Het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds van SVn is enkel toegankelijk voor VvE’s vanaf acht appartementen. De minister erkent dit, maar doet geen toezeggingen om dit te verbreden. Voor kleine VvE’s, toch veruit de grootste groep in Nederland, betekent dit dat structurele ondersteuning voor VvE-verduurzaming voorlopig uitblijft.

Rentekorting blijft beperkt en inkomensgrens blijft gehandhaafd, ondanks grote behoefte
Waar veel VvE’s juist vragen om lagere rentelasten om projecten haalbaar te maken, wordt hier ook niet voorzien in een verruiming. De minister verwijst naar wat nu al kan en niet naar wat nodig is. Ze benadrukt dat de huidige rentekorting bij het Warmtefonds tot eind 2027 houdbaar is, maar geeft geen signaal dat het kabinet zich hard zal maken om nieuwe middelen vrij te maken om die korting te verlengen of uit te breiden naar andere fondsen. Voor VvE’s die kampen met sterke stijgingen van de maandelijkse bijdrage bestaat wel de VvE‑ledenlening, maar die is alleen beschikbaar als de VvE een lening bij het Warmtefonds afsluit én slechts voor huishoudens met een zeer laag inkomen. Ook hier blijft een verruiming uit. De minister erkent dat deze lening slechts een beperkte groep bereikt en stelt dat verruiming onmogelijk is zolang het kabinet afhankelijk blijft van Europese middelen.
Voorlopig geen onderhoudsfonds voor oplopend achterstallig onderhoud
Op de vraag of het kabinet bereid is te werken aan een landelijk toegankelijk onderhoudsfonds, ook voor kleine VvE’s, blijft het antwoord ontwijkend. Eerst wil de minister wachten op verdere verkenningen binnen het Warmtefonds. Dat betekent dat het achterstallig onderhoud aantoonbaar oploopt en verduurzaming wordt vertraagd. Teleurstellend voor VvE’s die juist nu een richtinggevend en daadkrachtig beleidskader nodig hebben.
Ook een stevigere inzet op betaalbare VvE-bijdragen blijft uit. De minister wijst vooral op het belang van meerjarenonderhoudsplannen en procesbegeleiding: nuttig, maar geen vervanging voor financiële ondersteuning. De zorgen van appartementseigenaren over betaalbaarheid worden daarmee onvoldoende geadresseerd.
VvE’s blijven in onzekerheid achter
Uit de antwoorden spreekt vooral terughoudendheid. De politieke wil om VvE’s een ruimer en langdurig perspectief te bieden, lijkt te ontbreken: geen nieuwe middelen, geen concrete toezeggingen, geen verruiming van bestaande fondsen en dat terwijl talloze VvE’s de komende jaren flink wat achterstallig onderhoud én verduurzaming moeten gaan oppakken. VvE Belang ziet dit als een teleurstellende uitkomst. Het kabinet erkent de problemen: wat is nog meer nodig aan politieke wil om de noodzakelijke volgende stap te zetten? De minister geeft in haar antwoorden aan de gesprekken met o.a. VvE Belang te zullen blijven voeren: gespreksstof genoeg, zoveel is duidelijk. Wordt vervolgd.