25 - 01 - 23

Tariefplafond voor blokaansluitingen is onrechtvaardig voor appartementseigenaars

Er komt een tegemoetkoming in de energiekosten voor huishoudens achter een blokaansluiting. Vergeleken met de regeling voor het reguliere prijsplafond valt de regeling voor blokaansluitingen nadelig uit voor de betrokken huishoudens.

Het tariefplafond is lager en de regeling wordt niet automatisch toegepast. VvE’s en verhuurders moeten de subsidie zelf aanvragen. Bovendien is het risico van stijgende energieprijzen niet in de regeling opgenomen. Dat geeft dit jaar veel onzekerheid. Huishoudens met eigen energiemeters voor gas (warmte) en elektra lopen dit risico niet. Het financiële nadeel kan oplopen tot € 1.000 per jaar.

Geheugenopfrisser: het tariefplafond

Om de energieprijzen voor huishoudens betaalbaar te houden, is een tariefplafond ingevoerd. Tot aan die grens geldt een maximale energieprijs. Voor de eerste 1200 kuub gas, 2900 kilowattuur stroom of 37 gigajoule warmte zijn huishoudens verzekerd van een relatief gunstig tarief. Tenminste: gemeten in het najaar van 2022. Huishoudens betalen onder het prijsplafond hooguit € 1,45 per kuub gas, 40 cent per kilowattuur stroom. Woningen op een collectief warmtenet betalen maximaal € 47,38 per gigajoule.

Er was ook een overbruggingsregeling: elk huishouden kreeg in november en december € 190 compensatie voor de gestegen energieprijzen. Het prijsplafond kon immers pas op 1 januari 2023 ingaan.

Het probleem: blokaansluitingen

Maar zoals we u al eerder meldden: huishoudens in VvE’s met een collectief verwarmingssysteem, zoals blokverwarming, vallen niet onder beide regelingen. Één aansluiting = één huishouden, dacht  de overheid. Maar bij VvE’s klopt dat natuurlijk niet.

Alle collectieve systemen, of het nu om gas en/of elektriciteit gaat, vielen buiten de boot. VvE Belang en VGM NL (de beheerders) zijn direct na Prinsjesdag aan het onderhandelen geslagen. Aanvankelijk zonder succes. We voerden gesprekken met ambtenaren en Tweede Kamerleden om hen te overtuigen. Kortom: alle middelen werden ingezet. We bestookten de media met de boodschap dat honderdduizenden huishoudens dreigden te worden gedupeerd.

En nog steeds hield ‘Den Haag’ vol dat de regelingen nu eenmaal niet uitvoerbaar waren voor huishoudens in complexen met een collectieve energie- en/of warmtevoorziening.

Nieuwe regeling op 18 januari jl.

Op 16 december kwam er een brief over een tijdelijke tegemoetkoming voor huishoudens achter een blokaansluiting. Daarna zou ‘hard worden gewerkt’ aan de ‘echte regeling’.

Een maand later, op 18 januari jl., stuurde minister Jetten een brief naar de Tweede Kamer waarin hij de ‘contouren’ schetste van de regeling voor huishoudens achter een blokaansluiting.

De minister gaat uit van een gemiddelde energieprijs van € 2,92 voor een kuub gas en 77 cent voor een kilowattuur elektriciteit. Dan komt hij tot de volgende regeling voor 2023.

Eerste halfjaar:

  • Zelfstandige wooneenheden met blokgas of blokwarmte krijgen een tegemoetkoming van € 786,45 voor het eerste half jaar.
  • Zelfstandige wooneenheden met blokelektriciteit krijgen in dat eerste halfjaar € 351,13.

Tweede halfjaar:

Voor het tweede halfjaar kunnen de prijzen nog niet bekend worden gemaakt, maar de minimale bedragen zijn al wel vastgesteld:

  • Voor zelfstandige wooneenheden met blokgas of blokwarmte: € 276,76
  • Voor zelfstandige wooneenheden met blokelektriciteit: € 183,92.

VvE’s kunnen volgens de minister op deze manier hun voorschotbedragen aanpassen.

Compensatie

Ook huishoudens achter een blokaansluiting krijgen de compensatie van 2x € 190 die eigenaren met een eigen meter al in 2022 hebben ontvangen.

Vaste contracten

Er zijn natuurlijk ook huishoudens en VvE’s die een vast contract hebben waarvan de prijs onder het prijsniveau van het prijsplafond ligt. Uitgezocht wordt of zij uitgesloten kunnen worden van de regeling.

Grote bezwaren

Stichting VvE Belang en VGM NL hebben via een persbericht hun bezwaren geuit. De belangrijkste bezwaren:

  1. De berekening van het gemiddelde verbruik: alle appartementen achter een blokaansluiting worden op één hoop geschoven: grote, kleine, huur- en koopappartementen. Jong, oud, goed en slecht geïsoleerd.
  2. 40 procent wordt niet vergoed. Ten minste 60 procent van alle appartementen moet onder het vastgestelde verbruik vallen. Ofwel: het verbruik van 40 procent van de appartementen is hoger dan het gemiddelde. Dus wordt dat niet vergoed. Daarbij is net als bij het prijsplafond rekening gehouden met 10 procent energiebesparing. Echter: appartementseigenaars en -huurders kunnen maar beperkt aan energiebesparing doen, Zij kunnen niet zelf beslissen over zaken als isolatie van dak, gevel of vloer.
  3. Gemiddeld verbruik. Volgens de minister vallen 700.000 huishoudens onder de regeling. Het gemiddelde verbruik ligt aanzienlijk lager dan onder het reguliere prijsplafond. Desondanks ontvangt 60 procent een lagere tegemoetkoming. 280.000 huishoudens verbruiken aanzienlijk meer dan het gemiddeld verbruik. Daar hebben ze vaak geen invloed op.
  4. Verlaging van de subsidie voor appartementseigenaars: de subsidie wordt volgens de plannen via een N-1-regel verstrekt. Dat betekent: aan alle huishoudens min 1. In een complex met 24 appartementen wordt dus subsidie gegeven voor 23 appartementen. Dat is on onrechtvaardig ten opzichte van huishoudens die onder het reguliere prijsplafond vallen.
  5. Slechte timing: de hoogte van de subsidie wordt halverwege het jaar opnieuw vastgesteld. Dat gebeurt dan op basis van de gemiddelde energieprijs in juni of juli. In de zomermaanden is de vraag naar energie laag – en de prijs ook. Echter: de prijs gaat gelden voor zes maanden. Dus ook voor de maanden oktober tot en met december. Dan kan het behoorlijk koud worden. Wederom een vorm van ongelijkheid in vergelijking met het reguliere prijsplafond; ook al is  er een minimumprijs vastgesteld voor het tweede halfjaar.
  6. Kosten voor administratie: de VvE (of de verhuurder) moet de subsidieregeling zelf aanvragen en vervolgens doorbetalen aan de huishoudens. Hier zijn behoorlijke administratieve lasten aan verbonden voor deze doelgroep. Voor de huishoudens die vallen onder het reguliere prijsplafond is daarvan geen sprake.

Minister Jetten moet nog eens goed kijken naar de hoogte van de subsidie (en dus het gemiddelde verbruik) en alle omstandigheden die spelen rondom het energieverbruik van huishoudens in een appartementencomplex. Bovendien gaat een aanzienlijk deel van het verbruik voor elektra van appartementsbewoners op aan algemene voorzieningen. Met name liften, hydroforen en verlichting verbruiken de nodige stroom. Voorkomen moet worden dat deze aansluitingen buiten de regeling zullen vallen. Deze kosten maken immers deel uit van de woonlasten van deze huishoudens!

De verdeling in twee jaarhelften lijkt logisch maar er dient voldoende rekening gehouden te worden met veranderende omstandigheden gedurende het jaar. Er is daarom nog veel werk aan de winkel. We hopen dat de minister en zijn ambtenaren naar ons zullen luisteren.

Hulp nodig icon

Hulp nodig?

Heeft u hulp nodig? Ga dan voor meer informatie naar onze helpdesk pagina. Onze helpdesk is er voor al uw vraagstukken m.b.t. Juridische, Bouwkundige en Energie vragen.

Naar de helpdesk

Ontvang elke maand de nieuwste artikelen in je mailbox